TCM Campus

Alle lessen   Module 4: Diagnostiek   Les 7

Module 4   Les 7   Cun Kou

Pols 1: posities, niveaus en de gezonde pols

Waar leg je je vingers, hoe diep druk je, en hoe voelt een pols die niets mankeert?

Na deze les leg je uit waarom de pols aan de pols wordt gevoeld, ken je de logica achter de zes posities en de vijf dieptes van de Nan Jing, voel je volgens een vast protocol, beschrijf je een gezonde pols met Shen, Maag-Qi en wortel, en weet je wat seizoen, leeftijd en training aan een normale pols veranderen. De kwaliteiten zelf zijn les 8.

Waar Hoe diep Wat is gezond hand cun guan chi Bovenste Warmer hoofd tot middenrif Middelste Warmer middenrif tot navel Onderste Warmer navel tot voeten Nan Jing 18 vinger 3 bonen huid, Long 6 bonen vaten, Hart 9 bonen vlees, Milt 12 bonen pezen, Lever tot het bot bot, Nier bot opp mid diep Nan Jing 4 en 5 神 Shen soepel, met kracht regelmatig 胃气 Maag-Qi rustig, gelijkmatig 4 tot 5 per ademhaling 根 Wortel voelbaar bij diepe druk vooral op chi Su Wen 18; Nan Jing 14
Schematisch. Posities en lichaamsdelen naar Nan Jing 18, de vijf dieptes naar Nan Jing 5 (met Nan Jing 4 voor oppervlakkig, midden en diep), het tempo naar Su Wen 18, de wortel naar Nan Jing 14; Shen, Maag-Qi en wortel als drie kenmerken van de gezonde pols zijn leerboek. Hoe Maciocia ze uitwerkt: H25 p. 374 tot 380.

Uit het hoofd

  • Waarom aan de pols. De cun kou ligt op het Long-kanaal (boek: meridiaan): daar komen de vaten samen (Nan Jing 1), en daar toont de Maag, bron van Qi voor alle organen, zich (Su Wen 11); ezelsbrug: de Long ontvangt de honderd vaten (Su Wen 21).
  • Drie posities, drie Warmers. Cun: hoofd tot middenrif; guan: middenrif tot navel; chi: navel tot voeten (Nan Jing 18). Rechts chi is Nier-Yang of Ming Men (Nan Jing 36: links de Nier, rechts Ming Men); ezelsbrug: de pols is een liggend mens met zijn hoofd bij de hand.
  • Vijf dieptes. Drie bonen Long (huid), zes Hart (vaten), negen Milt (vlees), twaalf Lever (pezen), tot het bot Nier (Nan Jing 5); ezelsbrug: steeds drie bonen erbij, van huid naar bot.
  • Drie technieken. Ju liften, an drukken, xun zoeken; eerst drie vingers samen, dan elk apart; minstens vijftig slagen (Ling Shu 5); ezelsbrug: licht, zwaar, zoeken.
  • De gezonde pols. Shen: soepel met kracht, regelmatig. Maag-Qi: rustig, gelijkmatig, vier tot vijf slagen per ademhaling (Su Wen 18). Wortel: voelbaar bij diepe druk, vooral op chi (Nan Jing 14); ezelsbrug: geest, maag, wortel; de wortel moet er altijd zijn.
  • De pols volgt het seizoen. Lente wiry (gespannen), zomer overflowing (overvol), herfst floating (oppervlakkig), winter deep (diep) (Nan Jing 15); ezelsbrug: snaar, golf, veer, steen.
  • Rode vlaggen. Een pols die aan één arm ontbreekt of veel zwakker is: bloeddruk aan beide armen; met een koude, bleke, pijnlijke arm: 112. Een zieke cliënt met een pols zonder wortel en zonder Maag-Qi: niet duiden, verwijzen.

De rest van deze les is naslag.

Pols 1: posities, niveaus en de gezonde pols: Waar leg je je vingers, hoe diep druk je, en hoe voelt een pols die niets mankeert?
Het schema als afbeelding, om te bewaren of te delen

Drie oefenvragen uit deze les

Waarom toont de pols aan de pols volgens Su Wen 11 de toestand van de vijf Zang?
  1. Omdat het Hart daar het dichtst bij de huid ligt
  2. Omdat de Qi van de Maag zich daar toont
  3. Omdat de Nier daar zijn opening heeft

Antwoord: Omdat de Qi van de Maag zich daar toont. De Maag is de zee van voedsel en de bron van Qi voor alle organen; haar Qi voedt de vijf Zang en toont zich aan de pols van de hand-Taiyin. Nan Jing 1 voegt toe: daar komen de vaten samen.

Nan Jing 5 meet de diepte in bonen. Welk orgaan voel je bij twaalf bonen?
  1. Long
  2. Milt
  3. Lever

Antwoord: Lever. Drie Long (huid), zes Hart (vaten), negen Milt (vlees), twaalf Lever (pezen), tot het bot Nier.

Welk weefsel hoort bij de laag van drie bonen?
  1. De vaten, van het Hart
  2. Het vlees, van de Milt
  3. Huid en lichaamshaar

Antwoord: Huid en lichaamshaar. Elke laag heeft het weefsel van zijn orgaan: drie bonen de Long met huid en haar bovenaan, zes het Hart met de vaten, negen de Milt met het vlees, en onderaan de Nier met het bot.

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen, 16 oefenvragen met casussen, 21 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 4: Diagnostiek.