TCM Campus

Alle lessen   Module 1: Fundamenten   Les 21

Module 1   Les 21   Sparren en zelftoets

Sparren en zelftoets

Hoe stel je een acupuncturist een scherpe vraag zonder zijn kader af te breken, en verdedig je daarna zelf in tien minuten een casus?

De laatste les van de module, als herhaling en zelftoets: twee lijnen naast elkaar, oefenen met scherpe vragen, zestien zelftoetsvragen met antwoordkader, een eindopdracht met checklist en oefencasus, en je route na vandaag.

1 Interne logica Waarom dit patroon, dit punt? In hun taal: jij volgt en bevraagt. 2 brug naar de fysiologie Welk mechanisme, en hoe zeker? Een hypothese met A, B of C. 3 Klinische evidence Werkt het, hoe groot, tegen wat? Studietype, controle, effect.
Schematisch. De rode bogen zijn categoriefouten; een gelijk effect van sham weerlegt de verklaring evenmin.

Uit het hoofd

  • Drie niveaus. 1 interne logica, 2 brug naar de fysiologie, 3 klinische evidence; één vraag ligt op één niveau; de categoriefout: een effect bewijst de verklaring niet, een mechanisme bewijst geen meridiaan.
  • De vijf vragen die altijd werken. in welke lijn bent u opgeleid; welke bevinding gaf de doorslag en wat viel af; wat heeft u uitgesloten; wat verwacht u na hoeveel behandelingen en hoe meten we dat; hoe legt u dit uit aan de huisarts; ezelsbrug: Lijn, Doorslag, Uitgesloten, Verwachting, Huisarts: "Laat De Uitleg Vooral Helder".
  • Vier criteria voor een goede vraag. navertellen in hun woorden, één niveau, te beantwoorden, verandert iets aan wat de behandelaar doet of belooft; ezelsbrug: eerst hun verhaal, dan één vraag met een antwoord dat ertoe doet.
  • Twee lijnen. Maciocia: Bian Zheng Lun Zhi, patroon geeft principe geeft punten, met tong en pols; Five Element (Worsley): het CF uit kleur, klank, geur en emotie, eerst blokkades; ezelsbrug CSOE: kijk, luister, ruik, voel.
  • De eindcriteria. rode vlaggen (de vaste begin), twee patronen, drie scheiders uit klacht, tong en pols, principe met wortel en tak, punten of formule met reden; streep; hypothese met A, B of C en een toets, bewijs met type, controle en effect, één scherpe vraag.
  • Laten. gelijkstellingen (Qi is ATP), lijnen door elkaar (een CF is geen Zang-Fu-patroon), niveaus door elkaar, oordelen over tong of pols, vage vragen, drie vragen tegelijk.

De rest van deze les is naslag.

Sparren en zelftoets: Hoe stel je een acupuncturist een scherpe vraag zonder zijn kader af te breken, en verdedig je daarna zelf in tien minuten een casus?
Het schema als afbeelding, om te bewaren of te delen

Drie oefenvragen uit deze les

'Welke bevinding gaf de doorslag voor Lever-Vuur en niet voor stagnatie?'
  1. Scherp en respectvol
  2. Te vaag
  3. Categoriefout
  4. Gelijkstelling of aanval

Antwoord: Scherp en respectvol. Eén vraag, op niveau 1, in hun taal, en hij dwingt de differentiaal af.

'Werkt acupunctuur eigenlijk wel?'
  1. Scherp en respectvol
  2. Te vaag
  3. Categoriefout
  4. Gelijkstelling of aanval

Antwoord: Te vaag. Voor welke klacht, tegen welke controle, en hoe groot? Het bewijs verschilt per indicatie. Maak het concreet: 'Wat verwacht u bij zijn rugpijn, vergeleken met gewone zorg?'

'Meridianen zijn nooit aangetoond, dus waarom zou LR3 werken?'
  1. Scherp en respectvol
  2. Te vaag
  3. Categoriefout
  4. Gelijkstelling of aanval

Antwoord: Categoriefout. Niveau 3 en 1 door elkaar (LR3 heet in het boek LIV-3): het ontbreken van een anatomische meridiaan zegt niets over het klinische effect, en een effect bewijst de meridiaan niet. Beter: 'Hoe verklaart u de werking van LR3, en wat zou u overtuigen dat het anders werkt?'

De rest van deze les

In de cursus volgen de uitleg in stappen, 12 oefenvragen met casussen, 26 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 1: Fundamenten.