Alle lessen Module 4: Diagnostiek Les 3
Tong 1: kleur en vorm
Wat zegt het tonglichaam zelf, los van het beslag, en wanneer weegt het zwaarder?
Na deze les herken je zes kleuren van het tonglichaam met hun varianten, lees je omvang, vorm en beweging, duid je scheuren, puntjes en tandafdrukken, weet je welke tongbeelden eerst naar de arts moeten, en hoe betrouwbaar tongkleur gezien wordt.
Uit het hoofd
- Lichaam eerst. Eerst de kleur, dan de vorm. Het lichaam toont Qi, Bloed, Yin en Yang en verandert traag, in weken; spreekt het het beslag tegen, dan weegt het lichaam zwaarder (leerboek).
- Zes kleuren. Lichtrood normaal. Bleek leegte: iets droog Bloed, nat Yang. Rood Hitte: met beslag Volle (boek: Exces), zonder Lege. Dieprood: Hitte die dieper zit en langer duurt. Paars Bloedstase: blauwig met Koude, roodachtig met Hitte. Blauw: ernstige Koude of stase; ezelsbrug: van licht naar donker leeg, gezond, heet, heter, stil.
- Rood op een plek. Punt Hart, zijkanten Lever en Galblaas, midden Maag. Rode puntjes: Hitte in het Bloed. Paarse vlekken: stase op die plek.
- Omvang. Dun is te weinig (bleek Bloed, rood Yin). Gezwollen is te veel (Vocht, boek: Damp, of Slijm; bleek Yang-leegte, rood Hitte). Tandafdrukken: Milt-Qi-leegte; ezelsbrug: dun is tekort, dik is teveel, afdrukken zijn een Milt die de vorm niet houdt.
- Beweging. Stijf, slap, trillend, scheef of ingetrokken: Wind of ernstige leegte. Stijf of scheef: eerst een beroerte uitsluiten.
- Scheuren (leerboek). Yin-leegte of Hitte. Lang in het midden tot bij de punt: Hart. In het midden: Maag. Kort en dwars aan de zijkanten: Milt. Scheuren van altijd zonder klachten zeggen weinig.
- Rode vlag. Plots opgezet; scheef of stijf met spraakproblemen; blauw met benauwdheid; glad, rood en branderig (bloed laten prikken); een zweertje na drie weken; een tong die in rust fibrilleert met slikproblemen.
De rest van deze les is naslag.

Drie oefenvragen uit deze les
Bleek en nat, wat gezwollen, tegenover bleek en iets droog.
- Beide Qi-leegte: licht bleek
- Nat: Yang-leegte; iets droog: Bloed-leegte
- Nat en gezwollen: Bloed-leegte; iets droog: Yang-leegte
Antwoord: Nat: Yang-leegte; iets droog: Bloed-leegte. Bij Yang-leegte wordt het vocht niet omgezet (nat, gezwollen); bij Bloed-leegte ontbreekt de substantie (iets droog, vaak dun). Qi-leegte geeft een licht bleke tong, zonder dat verschil in vocht.
Een rode tong. Wat beslist of het Volle of Lege Hitte is?
- Het beslag: met beslag vol, zonder leeg
- De vorm: gezwollen is vol, dun is leeg
- Niets; rood is altijd Volle Hitte
Antwoord: Het beslag: met beslag vol, zonder leeg. De kleur zegt Hitte; het beslag zegt of er een pathogeen ligt: met beslag vol, zonder of met weinig beslag leeg. Een dunne vorm wijst wel op Yin-leegte, maar het snelste onderscheid is het beslag (module 1, les 11).
Paarse tong met een blauwige ondertoon, koude handen, krampende menstruatiepijn die beter wordt van warmte.
- Bloedstase met Hitte
- Bloed-leegte
- Bloedstase met Koude
Antwoord: Bloedstase met Koude. Paars is stase; blauwig en beter van warmte is Koude die het Bloed stilzet. Roodpaars hoort bij stase met Hitte.
De rest van deze les
In de cursus volgen de uitleg in stappen, 14 oefenvragen met casussen, 19 flashcards met gespreide herhaling, de valkuilen en de brug naar de fysiologie met bewijsklassen. Deze les hoort bij module 4: Diagnostiek.